simkaart

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsɪmkart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. telecommunicatie (telecommunicatie) een smartcard (kaartje met een chip) waarop de gegevens staan van een aansluiting van een mobiele telefoon

Etymologie

*Samenstelling van sim (Subscriber Identity Module) en kaart

Vertalingen

Spaanstarjeta sim