sinaasappelsmaak

mannelijk (de)/ˈsinɑsˌapəlˌsmak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de zoet zure smaak van sinaasappels
    Prins Constantijn koopt een pop-cake (sinaasappelsmaak) bij twee kinderen op de vrijmarkt. Hij moet de beurs trekken om een euro te betalen.