sinjoor
mannelijk (de)/sɪˈɲor/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) heer van standZodra zij mij voorbij passeerdeIk haar straks reverentie deed,En rookte juist een pijp tabak.Zij zei: sinjoor zende mij bonkes,Daarop zo schoot zij minnelonkesHaar bonkes aan mijn pijp ontstak.
- inwoner van AntwerpenIk ben niet alleen een volbloed sinjoor, ik ben zelfs een Antwerps nationalist.
Etymologie
*van "señor" "heer"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek