Sint
mannelijk (de)/sɪnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) heilige
- Sinterklaas
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘heilige’ voor het eerst aangetroffen in 1200
Uitdrukkingen
- Met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen — Nooit! (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs)
- Met sint-juttemis — Nooit!
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek