sitar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een luitachtig snaarinstrument met een lange hals en een groot aantal snaren (meer dan twintig, een deel ervan ongedempt). De bolle resonantiekast is relatief klein, maar loopt door in de holle halsHet typische Indiase geluid van de sitar.
Etymologie
* Leenwoord uit het Urdu, in de betekenis van ‘snaarinstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1957
Vertalingen
Engelssitar
Franssitar
DuitsSitar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek