sjaal

mannelijk (de)/ʃal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een langwerpige lap stof die om de hals gedragen wordt
    Zo'n 96 procent van alle klussen is inmiddels ingevuld. Het gaat dus om ‘de laatste wapperende handen’, laat Van der Herberg weten. Ook kan de stichting nog nieuwe, zachte handdoeken gebruiken. Mooi verpakt met een touwtje of strikje eromheen. Die worden dan meegegeven in de pakketten. Vorig jaar ging het om gebreide mutsen en sjaals. Een ‘warm extraatje’, bij de levensmiddelen. Tubantia Marco van den Berg 06-12-18 [https://www.tubantia.nl/zwolle/vijftig-vrijwilligers-en-zachte-handdoeken-nodig-voor-zwolse-kerstpakkettenactie~a0749293a/ Vijftig vrijwilligers en zachte handdoeken nodig voor Zwolse kerstpakkettenactie]
    Voor mij was dat mijn ‘Nazareth blue’ Kufiya-sjaal (ook wel bekend als de Arafat-sjaal) die ik als waszak, zwemhanddoek, slaaplaken en sjaal tegen zon en wind kon toepassen.
    De koningin, die bekendstaat als groot paardenliefhebber, genoot zichtbaar van het evenement, zeker toen er op het hoogtepunt van de show dieren uit haar eigen stoeterij voorbij werden geleid. Met een deken over haar benen en een sjaal om volgde ze de show aandachtig en knikte ze soms instemmend bij alle lof.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘omslagdoek’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1822

Vertalingen

Engelsshawl
Russischшаль, шарф
Poolsszal