sjako

mannelijk (de)/ʃaˈko/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, hoofddeksel (militair) (hoofddeksel) hoed in de vorm van een afgeknotte kegel van stijf materiaal, die naar boven toe wijder of juist smaller wordt met een klep aan de voorkant, en soms ook aan de achterkant
    Een sjako is een hoofddeksel van (Franse) soldaten die vochten tijdens de slag bij Waterloo in 1815; het lijkt een beetje op een koksmuts, maar dan van dikkere stof en de kleur was natuurlijk niet wit.

Etymologie

*van "csákó", mogelijk via "csákó" of "Tschako"; de sjako werd door Hongaarse troepen, "huzaren", in de 18e eeuw in het buitenland geïntroduceerd