sjammes
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈʃɑməs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- koster van joodse gemeente
- extra licht op een chanoekalamp (chanoekia) waarmee de acht andere lichten worden aangestoken
Etymologie
* Herkomst: Jiddisj
Vertalingen
Engelsshamash, shammes
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek