sjeik

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Arabisch koning, vorst, hoofdman of stamopperhoofd
    In dit hotel logeerde al een hele tijd een rijke sjeik.
  2. iemand met veel aanzien in de islamitische wereld zowel op geestelijk als wereldlijk gebied
    De sjeik had veel bedienden.

Etymologie

* Leenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘hoofd (bv. van bedoeïenenstam)’ voor het eerst aangetroffen in 1847