Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
sjevat
/ΚΙ'vΙt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- elfde maand van het joodse jaar, in januari-februari (Zach. 1:7); vijfde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws
Vertalingen
EngelsShevat
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek