sjiiet
mannelijk (de)/ʃiˈʔit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) iemand die het sjiisme aanhangt, de tweede stroming binnen de islamBehalve Mekka behoort elke sjiiet eenmaal in zijn leven het graf van imam Ali te bezoeken, en ook de laatste rustplaats van zijn zoon Hussein, 40 kilometer noordwaarts in de stad Kerbala.
Etymologie
*van (sjie-ie), in de betekenis van ‘aanhanger van bepaalde islamitische sekte’ aangetroffen vanaf 1847
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek