skeeler

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. rolschaats met 4 wieltjes die achterelkaar, in-line, staan. Het wordt tegenwoordig meer gezien als een vorm van schaatsen dan van rolschaatsen.
    Luc en ik bleven nog een uur op het terras zitten. We kwamen uiteindelijk thuis met twee paar skeelers van Extra-sport. We waren het met elkaar eens geweest: het moesten van die gele zijn. {{Aut|Sandes, David

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘soort rolschaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1969