skiën
/ˈskijə(n)/
Wat is de betekenis van skiën?
skiën betekent: (inerg), (sport) zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
Betekenis
werkwoord
- (inerg), (sport) zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
- (erga), (sport) zich over sneeuw ergens heen bewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
Voorbeelden van "skiën" in een zin
- Er wordt daar 's winters veel geskied.
- De staat heeft alles: perfect warm weer, zee om te surfen, bergen om te skiën, wijnvelden en prachtige trails door de ongerepte natuur.
- We zijn van die hut naar de andere lift geskied.
Etymologie
*afgeleid van ski
Vertalingen
Engelsski
Fransskier
DuitsSki, Ski
Spaansesquiar
Italiaanssciare
Portugeesesquiar
Russischкататься на лыжах
Chinees滑雪
Japansスキー
Turkskaymak
Poolszjeżdżać na nartach
Zweedsskida, åka skidor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek