Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
skibock
mannelijk (de)/ˈskibɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) brede ski met daarop een zitting, die als een soort slee wordt gebruikt om besneeuwde hellingen af te dalenDe skibock is een carveski met een klein zitje waarmee u met ruime bochten de ski piste afkomt.
zelfstandig naamwoord
- (sport) afdaling van besneeuwde hellingen met een slee in de vorm van een brede ski met een zittingHet skibock vormt een nieuw onderdeel van de wintersportvakantie.
Etymologie
*van Zwitsers "Skibock"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek