Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

skibock

mannelijk (de)/ˈskibɔk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) brede ski met daarop een zitting, die als een soort slee wordt gebruikt om besneeuwde hellingen af te dalen
    De skibock is een carveski met een klein zitje waarmee u met ruime bochten de ski piste afkomt.
zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) afdaling van besneeuwde hellingen met een slee in de vorm van een brede ski met een zitting
    Het skibock vormt een nieuw onderdeel van de wintersportvakantie.

Etymologie

*van Zwitsers "Skibock"