skipak
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een strak om het lichaam zittend pak geschikt om in te skiën ter bescherming tegen kou en windOok Kenzo had ervoor gekozen de mannen- en vrouwencollectie tegelijk te showen. Voor de mannen vielen vooral skipakken, lange donsjacks met een jack erover en knielange truien op. NRC Milou van Rossum 25 januari 2017
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek