skireis

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een reis naar een skigebied; een reis die men maakt om te gaan skiën
    Het was de eerste keer dat er vanuit de christelijke studentenvereniging Navigators (’bier en bijbel’ voor 200 leden) een skireis was georganiseerd. Dinsdagmiddag ging het mis. Een groepje van zes pakte opgewekt de skilift naar boven.de Telegraaf PAUL ELDERING EN KOEN NEDERHOF 09 mrt. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/71950/fatale-afslag-in-de-alpen Fatale afslag in de Alpen ]
    De kinderen waren met hun klas op skireis. Het ging om 29 scholieren van een lyceum in het centrum van Lyon en hun drie begeleiders.de Telegraaf 13 jan. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/451966/doden-door-lawine-die-schoolklas-bedelft Doden door lawine die schoolklas bedelft ]
    Maar, horen dure schoolreisjes ook tot het ‘geven van gelijke kansen’? Wat is de didactische betekenis van een skireisje?de Telegraaf 06 jan. 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/455465/wat-is-de-didactische-betekenis-van-een-skireisje Wat is de didactische betekenis van een skireisje? ]