skunk

mannelijk (de)/skʏŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiet met een extra hoge THC-concentratie die ook in Nederland wordt gekweekt
  2. roofdieren (roofdieren) familie , marterachtige zoogdieren die een grote stank verspreiden wanneer zij zich bedreigd voelen
  3. (n) bont van marterachtigen uit de familie

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘marterachtige’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Vertalingen

Spaanspiel de mofeta