slaapbank

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈslabɑnk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een meubelstuk dat geschikt is als bank én als bed
    Het lekkerst slaap je toch wel in je eigen bed, dus waarom zou je de nacht voor dé grote dag als bruid bij je ouders op de slaapbank gaan liggen? Je slaapt slecht en de volgende dag kun je op je wallen naar de ceremonie.de Telegraaf 08 okt. 2017
    Back to basic. Dat wil zeggen: geen televisie, geen wifi. Wel met een zeker comfort, want dit minihuisje telt een (tweepits) kookplaat, koelkast, kledingkast, tweepersoons- en stapelbed en in mijn geval (gelukkig dus zelfs een douche. Er is elektriciteit en warm en koud water. Met ruimte voor vier personen in de lavendelblauwe bedden, aan de matzwarte ronde de tafel, met een beetje inschikken op de grijs gemêleerde slaapbank en anders voor iemand in de bruinlederen designvlinderstoel. Dus eigenlijk is het niet echt tiny.de Telegraaf SIGRID STAMKOT 15 aug. 2017

Vertalingen

Engelssettee-bed, bunk-bed, bunk