slaapstee

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈslapste/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plaats waar men kan slapen
    Van Vaernewijck ziet mensen ziek worden. Mannen en vrouwen liggen ’s nachts zuchtend en handenwringend op hun slaapstee.
    Bij dit alles zullen de orthodox-reformatorische kerkmuzikant en zijn opdrachtgevers zich nog eens genietend op de andere zij wentelen op hun eikenhouten slaapstee, zacht voor zich uit mompelend: „Dit gaat onze deur gelukkig geheel voorbij.”