slachten

/slɑxtə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, voeding, religie (ov), (voeding), (religie) een dier doden voor het vlees of als offer
    Zij slachtten een lam voor het feestmaal.
    China is essentieel voor de hoge winsten van Apple, maar Donald Trump is de kip met gouden eieren aan het slachten. Trumps hoge heffingen op import uit China hebben desastreuze gevolgen voor Apple. Het meest winstgevende bedrijf van Amerika betaalt nu de prijs voor ‘Made in China’.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/04/11/steve-bedacht-de-mac-tim-bedacht-made-in-china-daardoor-zit-winstmachine-apple-nu-in-de-problemen-a4889526 www.nrc.nl (11 apr 2025)]
  2. verouderd (verouderd) lijken op
    Hij slacht zijn ouders.

Etymologie

* De beide betekenissen zijn te herleiden tot Mnl. slacht, dat zowel "doden, ombrengen" als "aard, geslacht, soort" betekende. In de betekenis van ‘doden om het vlees voor consumptie te verkrijgen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Vertalingen

Engelsslaughter, butcher
Spaansfaenar, matar
Deensslagte