Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
slangenhalsvogel
mannelijk (de)/ˈslɑŋə(n)hɑlsˌfoɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gentachtigen) benaming voor vogels uit de familie , die lijken op een aalscholver, maar vaak met alleen zijn kop boven water zwemmenIk zag vandaag een slangenhalsvogel op een meerpaal zitten.
Etymologie
* in de betekenis: een vogel met een hals lijkend op een slang
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek