Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
slangenhalsvogels
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gentachtigen) een familie van vogels uit de orde van de . Ze komen over de hele wereld voor in tropische gebieden. Voorbeelden zijn de Australische en de Amerikaanse slangenhalsvogel (Anhinga anhinga)
Etymologie
* "slangenhalsvogel" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek