slangenkruid

onzijdig (het)/ˈslɑŋə(n)ˌkrœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) bepaald soort een-, twee- of meerjarige plant, uit de ruwbladigenfamilie (), die in de duinen en op hoge zandgrond groeit
  2. kruid, groente, medisch (kruid) (groente) (medisch) jonge bladeren van

Etymologie

*, omdat de bloem met daarin een gespleten stamper aan een slangenbek met gespleten tong doet denken

Vertalingen

Spaansestragón, lengua de buey, lengua de vaca