slangenkruid
onzijdig (het)/ˈslɑŋə(n)ˌkrœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort een-, twee- of meerjarige plant, uit de ruwbladigenfamilie (), die in de duinen en op hoge zandgrond groeit
- (kruid) (groente) (medisch) jonge bladeren van
Etymologie
*, omdat de bloem met daarin een gespleten stamper aan een slangenbek met gespleten tong doet denken
Vertalingen
Spaansestragón, lengua de buey, lengua de vaca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek