slapeloosheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) (medisch) een slaapstoornis, het niet kunnen slapenDat het hier en daar een beetje pijn deed, had niets met de slapeloosheid te maken, ik had het wel erger meegemaakt.
Etymologie
*afgeleid van slapeloos
Vertalingen
Engelssleeplessness, insomnia
Fransinsomnie
DuitsSchlaflosigkeit
Spaansdesvelo, insomnio
Deenssøvnløshed
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek