slechterik

mannelijk (de)/ˈslɛxtərɪk/

Wat is de betekenis van slechterik?

slechterik betekent: (pejoratief) iemand die kwaad doet of in de zin heeft

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) iemand die kwaad doet of in de zin heeft

Voorbeelden van "slechterik" in een zin

  • Ze hebben die slechteriken eindelijk te pakken.

Betekenis en uitleg van slechterik

Een slechterik is iemand die zich op een kwaadwillige of immorele manier gedraagt. Het is vaak een term die wordt gebruikt om iemand te beschrijven die anderen opzettelijk schade toebrengt of zich schuldig maakt aan ongepast gedrag.

Je gebruikt het woord 'slechterik' meestal in situaties waarin je iemand wilt aanduiden die niet te vertrouwen is of die slechte bedoelingen heeft. Het kan zowel in serieuze als in luchtige contexten worden gebruikt, bijvoorbeeld in boeken, films of zelfs in het dagelijks leven. De nuance van het woord kan variëren van een milde beschrijving van iemand met slechte karaktereigenschappen tot een heftige veroordeling van iemands gedrag.

Voorbeelden

  • De slechterik in het verhaal was vastbesloten om zijn plannen voor wereldheerschappij te realiseren.
  • Hoewel hij vaak als een slechterik werd beschouwd, had hij ook momenten van kwetsbaarheid en spijt.
  • In de film was de slechterik zo charmant dat je bijna vergat dat hij de hoofdpersonen in de problemen bracht.

Woordoorsprong

Het woord 'slechterik' is afgeleid van 'slecht', wat een negatieve connotatie heeft, en de achtervoegsel '-rik', dat vaak wordt gebruikt om een persoon of een rol aan te duiden.

Veelgestelde vragen over slechterik

Wat is de betekenis van slechterik?

slechterik betekent: (pejoratief) iemand die kwaad doet of in de zin heeft

Welk woordgeslacht heeft slechterik?

slechterik is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van slechterik?

Synoniemen van slechterik zijn: booswicht, schurk.

Hoe gebruik je slechterik in een zin?

Voorbeeld: “Ze hebben die slechteriken eindelijk te pakken.

Etymologie

*Afgeleid van slecht

Vertalingen

Engelsbaddie
Fransméchant
DuitsBösewicht