slee

mannelijk/vrouwelijk (de)/sle/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een vervoermiddel dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
  2. voorwerp dat gelijkenis hiermee vertoont en kan glijden bijv. een braadslee of een zaagslee
  3. informeel (informeel) zeer luxueuze personenauto

Etymologie

* In de betekenis van ‘voertuig op ribben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1266

Vertalingen

Engelssled, sleigh, sledge
Fransluge
DuitsSchlitten
Spaanstrineo
Italiaansslitta
Japansソリ
Poolssanie
Zweedssläde
Deensslæde