slempen
/ˈslɛmpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) onmatig eten of drinkenNadat Jan rijk werd teerde hij zijn dagen met slempen.
- (ov) aarde bewateren zodat deze goed aaneensluit
- (ov) geulen met zand en water vullen zodat het zand goed aaneensluit
Etymologie
*mogelijk al in het Middelnederlands of van "slemmen", vergelijk ook "Schlamm" "modder", misschien een (klanknabootsing)
Vertalingen
Duitsschlemmen, schmausen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek