slenteren

/xxxx/

Wat is de betekenis van slenteren?

slenteren betekent: (erga) langzaam en futloos/lusteloos ergens heen lopen

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) langzaam en futloos/lusteloos ergens heen lopen
  2. inerg (inerg) langzaam lopen zonder specifiek doel
  3. inerg, verouderd (inerg), (verouderd) slabakken, talmen, treuzelen
  4. inerg, verouderd (inerg), (verouderd) "kruipen", slingeren

Voorbeelden van "slenteren" in een zin

  • Hij was met tegenzin naar huis geslenterd.
  • Er werd naar zijn zin te veel geslenterd.

Betekenis en uitleg van slenteren

Slenteren betekent rustig en zonder haast lopen, vaak terwijl je geniet van je omgeving. Het is een ontspannen manier van voortbewegen, waarbij je de tijd neemt om dingen om je heen op te merken.

Je gebruikt het woord 'slenteren' meestal in situaties waarin je wilt benadrukken dat je niet gehaast bent. Bijvoorbeeld tijdens een ontspannen wandeling in het park of door de stad, waar je kunt genieten van de sfeer en de details om je heen. Het heeft een positieve connotatie van genieten en ongedwongenheid.

Voorbeelden

  • Tijdens ons weekendje weg hebben we door de oude straatjes van de stad geslenterd en overal prachtige dingen ontdekt.
  • Na een lange werkweek besloot ik te slenteren langs het strand terwijl de zon onderging.
  • Ze slenterde door de winkelstraat en liet zich verleiden door de etalages.

Woordoorsprong

Het woord 'slenteren' komt vermoedelijk van het Middelnederlandse 'slenteren', wat een vergelijkbare betekenis had. Het kan ook verwant zijn aan het woord 'slenter', dat een langzame en onregelmatige beweging beschrijft.

Veelgestelde vragen over slenteren

Wat is de betekenis van slenteren?

slenteren betekent: (erga) langzaam en futloos/lusteloos ergens heen lopen

Hoeveel betekenissen heeft slenteren?

slenteren heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je slenteren in een zin?

Voorbeeld: “Hij was met tegenzin naar huis geslenterd.

Etymologie

*Mogelijk van Protogermaans *slantjan-, *sleidh-; dezelfde herkomst als slinderen. In de betekenissen "kruipen, slingeren"/"toeven, treuzelen" voor het eerst aangetroffen omstreeks 1599. In de tegenwoordig gangbaardere betekenis van ‘langzaam lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1701

Vertalingen

Engelsshuffle, saunter, stroll
Franstraîner, vadrouiller, flâner
Duitsschlendern, lungern, bummeln