slice

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kapbal bij tennis, waarbij de bal een achterwaartse rotatie krijgt
    In plaats van veelal de harde en vlakke backhand sloeg hij nu vaker een slice, om te vertragen en de bal laag te houden.
    Barty, 1 meter 66, heeft een atypisch spel in het huidige vrouwenveld. Ze kan de bal best een harde klap geven, maar kiest veel vaker voor de vertraging. Op haar backhand gaat bijna alles met de slice.
    Ze stuurde de Kroatische van links naar rechts en varieerde tussen de slice en vlakkere groundstrokes.
  2. punt of stuk m.n. van een pizza

Etymologie

* uit het Engels