slijmvliesontsteking

vrouwelijk (de)/ˈslɛimvlisɔntˌstekɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) aandoening waardoor de cellen die in sommige lichaaamsholten voor een beschermende slijmlaag zorgen als reactie op een besmetting veel meer slijm dan normaal produceren
    Het werkt dus niet bij iedereen, maar ijsjes eten tijdens de chemo kan slijmvliesontsteking voorkomen.
    Na een nacht zwaar doorzakken voelden de heren zich, zoals te verwachten viel, beroerd. Kotsen, hoofdpijn, snot en slijm zochten een uitweg. Russische studiegenoten met nog meer ervaring in alcoholmisbruik hadden een term voor deze gesteldheid en noemden het katarrh, in het Westen beter bekend als het Franse catarrhe en het Engelse catarrh, een ouderwetse aanduiding voor een slijmvliesontsteking of zware verkoudheid, die gepaard gaat met veel snot en opgehoeste fluimen.