slingeren

/ˈslɪŋərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. zich hangend aan een steunpunt heen en weer bewegen
    De loshangende tak is nog enige tijd heen en weer geslingerd voor hij brak.
    Dus nu zou het zwemmen worden, daar liep het altijd op uit. Eerst zou Tarzan een beetje aan lianen slingeren tot hij bij een rivier of meer kwam, waar hij in dook en wegzwom van de krokodillen alsof het een makkie was.
  2. zwaaiend, onregelmatig heen en weer gaand voortbewegen
  3. ordeloos, zonder vooropgezet doel neergeworpen zijn
  4. (van varende schepen) schommelen om de lengteas
  5. hangend heen en weer doen bewegen
    Hij slingerde zijn vrolijk lachende zoontje tussen zijn wijdgespreide benen heen en weer.
  6. met een zwaai weggooien
  7. meermalen winden om
  8. met een slinger voortbewegen
  9. met een slingermachine uit de raat halen
  10. refl (refl) zich ~: zich voortbewegen of zich uitstrekken in bochten of in de vorm van een slinger

Etymologie

*Afgeleid van slinger of een frequentatieve vorm van het verouderde werkwoord slingen (zich kronkelen)

Vertalingen

Engelsoscillate, swing, wind
Fransosciller
Duitsschwingen
Spaansoscilar