slinken
/ˈslɪŋkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) (in massa of omvang) minder worden, inkrimpenHet ijsklontje slonk in de zon.Ik liep langs vele gletsjers die de afgelopen honderd jaar voor meer dan de helft waren geslonken.
- (erga) (in kracht) minder worden, verslappenDe kracht van de tegenstanders slinkt zienderogen.
- (erga) (in aantal of hoeveelheid) minder wordenWegens de kredietcrisis is het aantal gegadigden voor nieuwbouwwoningen fel geslonken.
- (erga) geleidelijk verdwijnen, wegdeemsterenDe kade van Oostende slonk beetje bij beetje naarmate het schip volle zee bereikte.
Etymologie
Een nevenvorm van "slinken" was in het Middelnederlands "slingen". Van dit werkwoord is nog de iteratiefvorm "slingeren" overgebleven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek