slipper

mannelijk (de)/ˈslɪpər/

Wat is de betekenis van slipper?

slipper betekent: (schoeisel) licht schoeisel zonder of met open hiel

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoeisel (schoeisel) licht schoeisel zonder of met open hiel
zelfstandig naamwoord
  1. touwwerk dat onvoldoende geschikt is om te voorkomen dat iets een glijdende beweging maakt
  2. figuurlijk (figuurlijk) heimelijke korte afwezigheid door stiekem even weg te gaan
  3. figuurlijk (figuurlijk) iets wat niet werkt als bedoeld
zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) stevige balk waarop de rails in de grond zijn bevestigd

Betekenis en uitleg van slipper

Een slipper is een soort schoeisel dat vaak open is en gemakkelijk aan en uit te trekken is. Ze zijn meestal lichtgewicht en worden vaak gedragen binnenshuis of tijdens de warme maanden.

Slippers zijn ideaal voor gebruik in huis, bijvoorbeeld als je snel naar de badkamer of de tuin wilt lopen zonder je schoenen aan te trekken. Ook tijdens vakanties aan het strand of bij het zwembad zijn ze populair, omdat ze snel droog zijn en weinig ruimte innemen in je bagage. Het dragen van slippers kan een gevoel van ontspanning en comfort met zich meebrengen, vooral in een informele setting.

Voorbeelden

  • Na een lange dag op het werk deed ze haar hakken uit en trok ze haar favoriete slippers aan.
  • Tijdens de zomervakantie lag hij de hele dag op het strand in zijn slippers.
  • De kinderen renden rond in de tuin, met kleurrijke slippers aan hun voeten.

Woordoorsprong

Het woord 'slipper' is afgeleid van het Engelse 'slip', wat verwijst naar iets dat gemakkelijk aan of uit te trekken is.

Veelgestelde vragen over slipper

Wat is de betekenis van slipper?

slipper betekent: (schoeisel) licht schoeisel zonder of met open hiel

Hoeveel betekenissen heeft slipper?

slipper heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft slipper?

slipper is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van slipper?

Synoniemen van slipper zijn: misrekening, tegenvaller, biels, dwarsligger.

Etymologie

*[D] verbastering van "sleeper"

Vertalingen

Spaanschancleta, chinela, zapatilla