slobkous
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- korte beenkap die over de instap van het schoeisel wordt gedragen om de broek tegen modder te beschermen
- (kleding) kous zonder voet
Etymologie
* In de betekenis van ‘sok zonder zool’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1769
Vertalingen
Engelsgaiter
DuitsGamasche
Spaanspolaina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek