sluiten
Wat is de betekenis van sluiten?
sluiten betekent: (ov), (techniek) door middel van een apparaat (zoals een paal, grendel, slot, deksel, knop, haak e.d.) dichtmaken
Betekenis
- (ov), (techniek) door middel van een apparaat (zoals een paal, grendel, slot, deksel, knop, haak e.d.) dichtmaken
- (ov), (juridisch) een compromis/overeenkomst, [...] ~: tot een gezamenlijke overeenstemming komen en die min of meer officieel maken
- (intr) dichtgaan
- (intr) een einde nemen
Voorbeelden van "sluiten" in een zin
- We moeten deze weg sluiten voor het wegverkeer, anders gebeuren er ongelukken.
- Napoleon gaf de Route Nationale 7 haar naam. Hij maakte zelf ook gebruik van de weg. Zo overnachtte hij in de Auberge de la Teste Noire in Saint-Symphorien-de-Lay, net als Frans I, Rousseau en Rabelais. Het gebouw is niet meer in gebruik als herberg. In 1814 sliep Napoleon op weg naar Elba in het Relais de l'Empereur in Montélimar. Dat hotel is een paar jaar geleden gesloten. Volgens Trip Advisor stond het de laatste jaren bekend om zijn stoffige kamers, deplorabele ontvangst en gesloten restaurant.
- Zij hebben toch nog een compromis weten te sluiten.
- De doos sluit niet goed.
- De tentoonstelling sluit om 16:00.
Betekenis en uitleg van sluiten
Het woord 'sluiten' verwijst naar het proces van iets dichtdoen of afsluiten, zoals een deur, een boek of een overeenkomst. Het kan zowel letterlijk als figuurlijk gebruikt worden, afhankelijk van de context waarin het voorkomt.
Je gebruikt 'sluiten' vaak wanneer je iets wilt afsluiten of beëindigen. Dit kan variëren van het sluiten van een fysieke ruimte, zoals een kamer, tot het beëindigen van een gesprek of een contract. De nuance kan liggen in de intentie achter het sluiten; het kan zowel een definitieve handeling zijn als een tijdelijke, zoals het sluiten van een laptop om het apparaat uit te zetten voor de dag.
Voorbeelden
- Ze besloot de deur achter zich te sluiten om de kou buiten te houden.
- Na lang onderhandelen kwamen ze tot een akkoord en konden ze de deal eindelijk sluiten.
- De winkel sluit om zes uur, dus we moeten opschieten als we nog iets willen kopen.
Woordoorsprong
Het woord 'sluiten' komt van het Oudnederlands 'slūten', wat ook 'dichtdoen' betekende. Het is verwant aan het Duitse 'schließen' en het Engelse 'shut'.
Veelgestelde vragen over sluiten
Wat is de betekenis van sluiten?
sluiten betekent: (ov), (techniek) door middel van een apparaat (zoals een paal, grendel, slot, deksel, knop, haak e.d.) dichtmaken
Hoeveel betekenissen heeft sluiten?
sluiten heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van sluiten?
Synoniemen van sluiten zijn: luikenWerkwoord, dichtdoen, dichtmaken, toedoen.
Hoe gebruik je sluiten in een zin?
Voorbeeld: “We moeten deze weg sluiten voor het wegverkeer, anders gebeuren er ongelukken.”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands slūten, ontwikkeld uit Oergermaans *slūtan- ‘(af)sluiten’, met mobiele s uit Indo-Europees *kleh₂u-d- (waaruit ook Latijn claudere ‘sluiten’ en Litouws kliudýti ‘doen aanhaken’), dentaal-afleiding van de wortel *kleh₂u- ‘haak, pin’, waartoe ook Iers cló ‘spijker’, Grieks klēís ‘grendel’ en Russisch ključ ‘sleutel’ behoren. Evenals Nederduits sluten, slüten, Duits schließen en Fries slute. Verwantschap met slot, sleutel.