sluitspeld

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈslœytspɛlt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afsluitbare gebogen pin waarmee men twee stukken stof bijeen kan houden, voorzien van een veiligheidskapje dat voorkomt dat men zich eraan bezeren kan
    Het zijn wasbare luiers die lijken op de wegwerpluiers en sluiten met een gemakkelijke klittenband. Dus geen geprik meer met sluitspelden. De Standaard 3 juli 2008 H. Willaert [http://www.standaard.be/cnt/ip1tphnb Premie moet gebruik herbruikbare luiers aanmoedigen]
    De hokjesmentaliteit is in ieder geval achterhaald: er komen hier echt niet alleen mensen met hanenkammen en sluitspelden over de vloer. Die uiterlijkheden waren in de jaren 1980 wel belangrijker, toen de Ieperse goegemeente er ook echt verontrust op reageerde.' De Standaard 9 april 2008 [http://www.standaard.be/cnt/361qcj2j Het vervolg op 'no future']
    Al die jaren is er ook nooit iets fout gelopen. Wel waren er kleine akkefietjes, zoals iemand die onwel werd. Of iemand kreeg al eens een scheurtje in zijn kleren. "We hebben steeds enkele sluitspelden bij de hand om noodgevallen op te lossen", luidt het. De Standaard 30 september 2004 (hpg) [http://www.standaard.be/cnt/g3895kgq Meesters in universitaire ceremonieën]

Vertalingen

Engelssafety pin
Fransépingle
DuitsSicherheitsnadel
Spaansimperdible, pin de seguridad, alfiler de seguridad
Italiaansspilla di sicurezza
Portugeesalfinete de segurança
Poolsagrafka
Deenssikkerhedsnål