smarting

vrouwelijk (de)/ˈsmɑrtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) een op een stag of want aangebrachte omwikkeling van oud touwmateriaal, om de slijtage te verminderen die optreedt door het steeds langs elkaar schuren van zeilen of touwen
    Bij wijze van smarting is om de staalkabels van het want een kunststof kous aangebracht.

Vertalingen

DuitsTausendfüßler