smarting
vrouwelijk (de)/ˈsmɑrtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een op een stag of want aangebrachte omwikkeling van oud touwmateriaal, om de slijtage te verminderen die optreedt door het steeds langs elkaar schuren van zeilen of touwenBij wijze van smarting is om de staalkabels van het want een kunststof kous aangebracht.
Vertalingen
DuitsTausendfüßler
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek