smash
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) (volleybal, tennis, badminton e.d.) snelle slag waarmee getracht wordt de bal in de helft van de tegenstanders in te slaanMet een uitstekende smash wist hij het winnende punt te scoren.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘harde slag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950
Vertalingen
Engelssmash
Franssmash
DuitsSmash
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek