snackbar

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsnɛɡbɑːr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca (horeca) een zaak waar men snacks en andere gefrituurde etenswaren verkoopt
    De snackbar verkocht het meeste friet.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘snelbuffet’ voor het eerst aangetroffen in 1950

Vertalingen

DuitsImbiss, Imbissbude, Imbissstand