snaphaan

mannelijk (de)/ˈsnɑphan/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. soort munt met de afbeelding van een ruiter
  2. gladloops vuursteen geweer
    Sabels zag hij en een fijner degen dan de muzikanten hebben van de schutterij; een snaphaan hij zag.
  3. vrijbuiter te paard