snaphaan
mannelijk (de)/ˈsnɑphan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- soort munt met de afbeelding van een ruiter
- gladloops vuursteen geweerSabels zag hij en een fijner degen dan de muzikanten hebben van de schutterij; een snaphaan hij zag.
- vrijbuiter te paard
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek