Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
snarren
Betekenis
werkwoord
- (intr) een brommend of grommend geluid maken
- (intr) bekvechten, kijven, snauwen
- (intr) bluffen, opsnijden [1], pochen, snoeven
Etymologie
* Klanknabootsend, mogelijk van "schnarren".
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek