snauwen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- iemand op geïrriteerde toon kortaf toesprekenDe boze leraar snauwde tegen de leerlingen die alweer hun huiswerk niet hadden gemaakt.
Etymologie
* In de betekenis van ‘bits spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek