snede
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsnedə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- scherpte, de kant waarmee gesneden wordt
- snee, iets wat gesneden is
- (voeding) (kookkunst) moot, plak, schijf, snee
- (landbouw) oogst van een gewas dat meerdere keren per jaar geoogst wordt
- snee, plaats van doorsnijding
- (bij boeken) kant waar gestapelde pagina's van elkaar zijn losgesneden
- vagina
Vertalingen
Engelscut, section
Spaanscortadura, corte, filo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek