sneeuw
Wat is de betekenis van sneeuw?
sneeuw betekent: (meteorologie) in vlokkige kristallen bevroren water
Betekenis
- (meteorologie) in vlokkige kristallen bevroren water
- ruis weergegeven door een televisietoestel
- cocaïne
- koolzuursneeuw, sneeuw van vast methaan, sneeuw van vaste stikstof
Voorbeelden van "sneeuw" in een zin
- De sneeuw zeeg dwarrelend neer uit de grauwe lucht en vormde al snel een dikke laag op de takken.
- De Eskimotaal kent minstens tweeëntwintig verschillende woorden voor sneeuw
- Hij had ergens gelezen dat de Eskimo's meer dan tweehonderd verschillende woorden voor sneeuw hebben en als ze die niet hadden, zouden hun gesprekken behoorlijk eentonig zijn. Dus maken ze onderscheid tussen dunne sneeuw en dikke sneeuw, lichte sneeuw en zware sneeuw, natte sneeuw, tere sneeuw, sneeuw die in vlagen komt, sneeuw die voortgezweept wordt, sneeuw die via de laarzen van de buurman op de keurig schone vloer van je iglo terechtkomt, winterse sneeuw, lentesneeuw, de sneeuw die je je nog uit je jeugdjaren herinnert en die veel mooier was dan welke moderne sneeuw ook, fijne sneeuw, poedersneeuw, sneeuw uit de heuvels, sneeuw in de dalen, ochtendsneeuw, avondsneeuw, sneeuw die plotseling begint te vallen op het moment dat je wilt gaan vissen en sneeuw waarop de sledehonden, ondanks alle pogingen ze het af te leren, hebben gepist. {{Aut |Adams, Douglas Eoin Colfer
- Door technische problemen bevatte het beeld veel sneeuw.
- Hetgene waar je wel verslaafd of afhankelijk kan van worden, dat is het gevoel, euforie of zelfzekerheid die Colombiaanse sneeuw teweeg brengt.
Betekenis en uitleg van sneeuw
Sneeuw is bevroren neerslag die uit ijskristallen bestaat en meestal valt in de winter. Het creëert een prachtige, witte wereld en kan zorgen voor een magische sfeer, vooral tijdens de feestdagen.
Het woord 'sneeuw' wordt vaak gebruikt in de context van winterse activiteiten zoals skiën, sleeën en sneeuwballen gooien. Mensen associëren sneeuw vaak met gezelligheid, koude temperaturen en een gevoel van wonder. In Nederland is sneeuw niet elk jaar vanzelfsprekend, waardoor het ook altijd iets speciaals met zich meebrengt als het valt.
Voorbeelden
- De kinderen renden enthousiast naar buiten om een sneeuwpop te maken.
- Na een nacht van zware sneeuwval lagen er centimeters sneeuw op de daken en straten.
- Tijdens de wintervakantie maakten we een prachtige wandeling door het besneeuwde bos.
Woordoorsprong
Het woord 'sneeuw' stamt af van het Oudnederlands 'snio', wat 'sneeuw' of 'bevroren water' betekent. Dit is verwant aan andere Germaanse woorden die ook naar bevroren neerslag verwijzen.
Veelgestelde vragen over sneeuw
Wat is de betekenis van sneeuw?
sneeuw betekent: (meteorologie) in vlokkige kristallen bevroren water
Hoeveel betekenissen heeft sneeuw?
sneeuw heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft sneeuw?
sneeuw is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van sneeuw?
Synoniemen van sneeuw zijn: ruis.
Hoe gebruik je sneeuw in een zin?
Voorbeeld: “De sneeuw zeeg dwarrelend neer uit de grauwe lucht en vormde al snel een dikke laag op de takken.”
Etymologie
*via het Middelnederlandse "snee" (m) en Oudnederlands snēo van Gemeengermaans: *snaiwo-, vergelijk Gotisch: snaiws.Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892
Uitdrukkingen
- Als sneeuw voor de zon verdwijnen — ergens niets van over blijven
- Zwarte sneeuw zien — Het financieel heel moeilijk hebben; zware schulden hebben.