sneeuwblindheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) hoornvliesontsteking door blootstelling aan een overmaat aan uv-straling op open sneeuwvlaktenTer voorkoming van sneeuwblindheid wordt een sneeuwbril of skibril gedragen.
Etymologie
*afgeleid van sneeuwblind
Vertalingen
Engelssnow blindness
Franscécité des neiges
DuitsSchneeblindheit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek