sneeuwhoen
onzijdig (het)/ˈsnewhun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (hoendervogels) patrijsachtige vogel uit koude streken, die in de zomer een bruinig en in de winter wit verenkleed heeft,
Vertalingen
Engelsptarmigan
Franslagopède alpin
DuitsAlpenschneehuhn
Spaansperdiz blanca, perdiz nival, lagópodo alpino
Italiaanslagopus muta
Portugeeslagópode-branco
Russischтундреная куропатка
Chinees岩雷鸟
Japansライチョウ
Poolspardwa górska
Zweedsfjällripa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek