Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

sneeuwprut

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. halfgesmolten sneeuw met modder vermengd
    Vier dagen voor kerstavond sjokten vader en zoon door de sneeuwprut om een film van Ingmar Bergman te gaan zien.
    Op Twitter en andere sociale media laten veel stadsbewoners hun ongenoegen hierover blijken. Ze vergelijken de sneeuwprut met braaksel en noemen New York een zwerende afvalberg.