sneeuwschuiver

mannelijk (de)/ˈsnewsxœyvər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een apparaat met een steel en een blad waarmee sneeuw verschoven kan worden
    Er licht nu weer zo veel sneeuw in de tuin dat ik de sneeuwschuiver maar weer pak.
  2. een voertuig dat is uitgerust met een mechaniek waarmee het sneeuw kan verplaatsen
    Vanwege de hevige sneeuwval worden er op veel plekken in het land sneeuwschuivers ingezet om de wegen begaanbaar te houden.
  3. een mechaniek waarmee een voertuig uitgerust kan worden zodat het er sneeuw mee kan schuiven
    Bevestig de sneeuwschuiver aan je vrachtwagen, anders kom je vannacht vast te zitten.

Vertalingen

Engelssnow shovel, snowplow, snow plough
Franschasse-neige
DuitsSchneeschaufel, Schneeschieber, Schneeschippe
Russischснегоочиститель
Japans除雪車
Deenssneskraber