Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

sneeuwtrekker

mannelijk (de)/ˈsnewtrɛkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) voertuig, gewoonlijk een tractor, die speciaal is uitgerust om sneeuw te ruimen
    We hebben op wintersport een ritje op een sneeuwtrekker gemaakt.
    De keuken is niet meer te bereiken: slechts eenmaal per dag slaagt men erin om de barakken met een sneeuwtrekker van proviand te voorzien.
  2. dierkunde (dierkunde) vogel die begint te trekken bij sneeuwval
    De appelvink is een bekende sneeuwtrekker.
    Momenteel zien we de typische sneeuwtrekkers binnenkomen. Dit zijn vogels die op de vlucht slaan voor koude en sneeuw en dan in groten getale 'op de been' zijn en daardoor in de problemen geraken.