sneeuwval
mannelijk (de)/ˈsnewvɑl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) het vallen van sneeuwIk liep door een betoverende witte wereld, maar realiseerde me dat ik de grens twee weken later niet meer had kunnen halen vanwege de overmatige sneeuwval.
Vertalingen
Franschute de neige
Russischснегопад
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek